maandag 29 augustus 2016



Over centen voor mijn bijscholingen en mijn voorkeur voor Vadertje Staat boven Groot Moeke Overheid - naar aanleiding van een artikel 'Leerkrachten betalen bijscholing uit eigen zak' (hier)

Ik heb vaak - vooral de laatste jaren - bijscholingen uit eigen zak betaald. Ten eerste omdat de school het geld niet meer heeft - zeker sinds de levensnoodzakelijke zwarte kas er onmogelijk gemaakt is. Dat komt onder meer omdat de bijscholingen sinds de subsidiëring ervan drastisch opgeslagen zijn in prijs, zoals ge dat ook ziet met de prijs voor huizen ten gevolge van woonbonussen en lage rentes.

Ten tweede omdat de school - wegens de kosten en praktische problemen met lesuren die niet ingevuld raken bij te veel afwezigen - vroeg dat er maar één (1) persoon per vakgroep zou gaan, zodat er achteraf nog een hoop verslaggeving diende te gebeuren. Verplicht. Terzijde gezegd: toen de bijscholingen niet gesubsidieerd waren, vonden ze - alvast in mijn sector - altijd plaats in onze 'vrije' tijd (weekend, woensdagnamiddag, avonden). Maar de laatste jaren was het gewoonte daar schooldagen voor te gebruiken, wat mij niet erg zinde, want ge wilt nu eenmaal zoveel mogelijk interessante lessen geven bij leerlingen die u niet kunnen missen.

Ten derde omdat er bij een 'officiële' bijscholingsaanvraag een papierwinkel hoorde waar ik nooit zin in had maar die moest bewijzen aan de inspectie hoe goed we het wel deden. Ik weet dat mijn directie er bijwijlen wanhopig van werd, dat ik niet wilde meedoen aan die papierslag, maar ze was anderzijds heel tevreden dat ik, wanneer het op lessen, leerlingen, loyaliteit aankwam, goed wist wat ik deed en vertelde. Daarmee weet u meteen de reden waarom ik me dat kon permitteren.

Ten vierde en ten voornaamste omdat de 'officiële' bijscholingen zodanig van pedagogische nieuwlichterij overladen zijn, dat ik door er wel heen te gaan het ministerie achteraf zou opzadelen met dure dagen ziekenverlof wegens acute pedagogische misselijkheid en indigestie. Ik vergast u op een vluchtig menu van dergelijke thema's, uitblinkend in ondoorzichtig jargon: 'Als team samenwerken aan ... - De eigen competenties versterken - Samen in dialoog over ... - Het (zoveelste) nieuwe leerplan - Verantwoord omgaan met ... - Verbindend samenwerken aan geïntegreerde zorg - De aanpassing van de regelgeving over ...' Ik krijg al allergische jeuk van het in te tikken alleen. Door dit officiële circuit te mijden, kon ik kiezen wat ik wel wilde volgen en leerde ik tenminste nog iets bij zonder opdringerige indoctrinatie te moeten ondergaan. Ik heb vaak medelijden gehad met mijn jonge collega's die zich die vrijheid niet konden permitteren en, om goede evaluaties te krijgen, er wel heen moesten zonder een zier slimmer te worden, terwijl ik dingen volgde die me interesseerden.

Van dit alles beschuldig ik niet zozeer de school. Die is in alle richtingen gebonden door de regeltjesdictatuur van de overheid, die - foutief, ik leg het seffens uit - het principe hanteert van 'wie betaalt, bepaalt'. Sinds einde jaren 90 is ons Grote Moeke Overheid een bemoeizuchtig kreng geworden en vindt ze om de haverklap 'verbeteringen' uit, die natuurlijk geld kosten, wat ze dan weer na een tijdje niet meer heeft. Gevolg: de 'verbetering' komt neer op extra werk voor school en leerkracht. Want ze wordt vanzelfsprekend nooit afgevoerd. Nee, geef mij maar terug de tijd van Vadertje Staat. Die liet ons tenminste met rust en vertrouwde erop dat wij wisten wat we deden. En voor wie dacht dat dat het verkeerde systeem was: heeft u de indruk dat het onderwijs erop vooruit gegaan is sinds Moeke er zich met al haar gepamper en geknuffel mee moeit?

Wat het principe 'wie betaalt, bepaalt' aangaat. Niet de overheid - lees: de minister van dienst, zijn administratie en adviseurs - betaalt, maar de belastingbetaler, te weten de mensen die hun kinderen naar een bepaalde school sturen, de familie van die kinderen, de ex-leerlingen, de leerkrachten ... van die school enz. De keuze van die mensen bepaalt wat er in die scholen dient te gebeuren, want zij maken duidelijk door naar die school te gaan, dat zij het project aldaar goed vinden. Om een voorbeeld te geven. Als ouders en kinderen overtuigd voor Latijn blijven kiezen in een eerste jaar, dan heeft een overheid niet te bepalen dat dit beter wordt afgevoerd. Zo simpel is dat. Sinds wanneer trouwens heeft de overheid van ons de toelating gekregen te bepalen wat wij moeten denken en kiezen? Haar ambtenaren, ministers en 'onderwijsspecialisten' hebben zich die bevoegdheid gewoon toegeëigend, aangestuurd vanuit politieke strekkingen die de sleutel tot hun 'revoluties' zoeken in de gespoelde hersentjes van kneedbare kinderen. Een overheid moet onderwijs organiseren, mogelijk maken. Niet de gedachten ervan bepalen. Minister is Latijn voor 'dienaar'. Niet 'baas'. Administratie: 'hulp bij het dienen'. En al helemaal niets wijst op een betekenis als 'denker in andermans plaats'.

Ja, ik weet dat ik nu vloek in sommigen hun nieuwe kerk. En van harte en als het moet nog vaak. Ik ben een voorstander van vrij onderwijs, in die zin dat ik als leraar niet om de haverklap door de politieke wind wil aan- en bijgestuurd worden maar kinderen wil inwijden in een lange, gevarieerde traditie van denken over het leven, zichzelf, de wereld. Ik weiger een kantoorklerk te zijn die de geweldige ideeën van steeds wisselende politici verplicht enthousiast aan de man brengt en die erop afgerekend wordt, telkens wanneer hetgeen waar zij van bevallen zijn niet levensvatbaar blijkt. Ziedaar de ultieme goede reden om 'hun' centen voor hún propaganda niet te willen, zelfs al zijn het hun centen niet, maar in feite de mijne en die van mijn buren.

dinsdag 9 augustus 2016

Over de grote mond van Europa

Hoe een beschaving waarden onbeschoft en onwaardig kan verdedigen. 

Verwondering is begin & beginsel van alle filosofie. Aldus Plato en nadien een hoop anderen. Als amateur-filosoof probeer ik dat alvast bij tijd en wijle, me verwonderen. Bijvoorbeeld wanneer we de onverzettelijke verdediger uithangen van onze westerse beschaving en waarden, terwijl we ons tegelijk onwaardig en onbeschoft gedragen.

Neem nu die telkens weerkerende, enkel een kiekenkot waardige heksenketel om één woord. Het maakt niet uit of het moeilijk woord is als relatief of significant of een alledaags als dansen of spuwen, feit is dat één woord volstaat om in dit land hysterisch gekakel, gekijf en gekrijs te doen losbarsten. Modder noch leugen noch stoot onder de gordel wordt daarbij geschuwd. Op de man spelen, niet op de bal, is de boodschap die ieder kind hier voortdurend krijgt. En dan zijn ze verwonderd over pestgedrag op de speelplaats. 

Maar het is wel consequent: we komen toch ook op straat voor het mensenrecht op beledigen en gortige praat. Zoals toen met dat ten dode opgeschreven gazetje dat daar z’n handelsmerk van had gemaakt en dat nu, cynisch genoeg dank zij een reeks doden, uit de rode cijfers is. Lollig entertainment beperkt zich heden ten dage tot zwartgallig cynisme, nihilisme, sarcasme en we knorren van plezier als ongewassen Brusselmans bij wijze van diepzinnigheid van de dag weer een tiet wil zien.

Maar o wee, als een onnozel viswijf een grove bek opzet en alleen maar doet waar iedere onderbuik toe in staat is, onwelriekende geluiden produceren. Dan is het kiekenkot echt te klein en schiet weldenkend Vlaanderen selectief in een kramp en het juridisch apparaat onvervaard in actie.  Uitgerekend op een ogenblik dat langs de achterdeur de zoveelste terrorist buiten stapt wegens een krom geschreven woord of datum. Mijn verwondering verkeert dan in verwarring. Grof doen met woorden mag de ene keer wel, de andere keer niet en grof doen met daden, of het mag of niet, dat hangt af van een nietszeggend woordje, een vinkje of ingekleurd bolletje meer of minder op papier.

Het zou mij niet verwonderen dat ze ook in het buitenland, dat toch danig onder de indruk zou moeten zijn van onze beschaving, denken: Quod licet Iovi, non licet bovi daar in Europa. Voor zover ze daar Latijn spreken natuurlijk. Eigenlijk had ik moeten zeggen daar met Europa. Tijd dus voor een klassiek intermezzo. 

Ovidius stelde ter gelegenheid van de ontvoering van Europa vast dat een stier niet zoveel mag als Jupiter. Iedereen weet immers dat Jupiter als stier vermomd Europa ontvoerde uit Fenicië - jawel, niet ver van Syrië. Met haar op de rug zwom hij de zee over, deponeerde haar op Kreta onder een plataan in Gortyn en wilde dan doen wat stieren graag doen. Niks van. Toen wist Europa blijkbaar nog hoe ze grenzen moest stellen. Tot hij zich van dat stierenkostuum ontdeed en een deftiger voorkomen aannam. Pas dan mocht hij wel wat hij als stier niet mocht. Voor een oppergod openen zich deuren en perspectieven die gesloten blijven voor een stom rund. Ik ga nu niet in op de door vrouwen gevolgde selectieprocedures voor minnaars of op het ongelijkekansenbeleid en de achterstelling waar de Oudheid wel meer minder fraaie voorbeelden van biedt. Minstens één voorlopige conclusie: politici, journalisten, comedians ... mogen dingen die viswijven niet mogen. En het ene viswijf is het andere niet: ze moeten alleen zien wie ze beledigen.

Terug nu naar het lichtende voorbeeld dat wij al scheldend over de wereld denken uit te dragen. Mij verwondert het niks dat ze daar eerder op neerkijken. Wanneer zijn we dat schelden toch zo veralgemeend leuk gaan vinden? Ik heb het nu niet over literaire satire en ik weet dat achterbuurten altijd al een lelijke bek hadden. Maar het publieke domein, mensen die naar school gegaan zijn? We moeten niet zo ver terug in de tijd, pak de jaren 70, 80. Toen was kritiek beschaafd, humor fijnzinnig, politiek beleefd. Toon Hermans, Wim Sonneveld, Godfried Bomans, zo van dat. Het kan een ouderdomsverschijnsel zijn (‘Vroeger was alles beter’), maar ik vrees dat Dalrymple gewoon gelijk heeft met zijn stelling dat het ophemelen van de ‘onderkant’ van de maatschappij maakt dat die mentaliteit de norm wordt. Nee, echt, als ge het mij vraagt zou Europa beter haar grote mond weer leren beheersen.

Ge ziet dat trouwens ook aan de verkiezingscampagnes van onze grote broer, kampioen in westerse beschaving uitdragen, de VS. Per slot van rekening zijn die gesticht door overgezwommen Europeanen. Vandaag mag heel de wereld dag na dag meegenieten van hun steeds grovere pogingen hun president en hun presidentskandidaten te bekladden. 

Neem nu ook dat berichtje uit de Metro waar mijn lodderig oog op viel tijdens een treinreis naar Leuven laatstleden: Naaktfoto’s in ruil voor een stem tegen Trump. De Amerikanen moeten pas in november naar de stembus voor een nieuwe president, maar de gemoederen zijn aan het verhitten. Een organisatie gaat zelfs uit de kleren voor iedereen die niet voor Trump stemt. (Dat zal wel, in oververhitte toestand.) ‘Tramps against Trump’, ofwel Sletten tegen Trump, wil niet dat de miljardair straks het Witte Huis betrekt. Daarom belonen ze iedereen die met fotografisch bewijs kan aantonen dat ze niet op ‘The Donald’ gestemd hebben met een foto van een schaarsgeklede persoon. ‘Tramps against Trump’ onderstreept wel dat de deelnemers niet op Clinton moeten stemmen.

Tot daar het bericht, dat ondanks de neutrale toon toch weer een stap verder toont op het lichtende pad van democratisering. Een naaktfoto van een persoon dus. Wie? Dat zou zowel omkoperij als een dreigement kunnen zijn. Geen van beide lijkt mij geoorloofd in een democratie. Ik ga dus niet zeggen dat een foto van naakte Hillary wel eens averechts zou kunnen werken. Temeer omdat het een vijg na Pasen zou zijn. Maar stel dat die ‘democraten’ u een foto van Ivana Trump sturen, zelfs in haar glorietijd. Dus moeten ze niet eens moeite doen om Trump onder gordel te pakken: ze staat gratis op het internet. Ivana opsturen is afgezien van onwaardig ook goedkoop en vals.

En bewijst het de westerse superioriteit ten aanzien van de hele wereld? Laat me niet lachen. Dat lachen vergaat me trouwens snel, als ik bedenk dat ze hier weldra ook zouden vinden dat zo hoort. En ons dan bestoken met foto’s van Maggie of van Caroline Gennez. Of voor de anders geaarde medemens van Verhofstad. Geef mij dan maar rap een dictatuur. Van een geklede dictator wel te verstaan. 

Of, om op een positieve noot te eindigen: zullen we in plaats van de onderbuik toch niet eerder het hoofd aan het woord laten? Per slot van rekening staat de mond daar. Misschien respecteren ze ons dan weer een ietsepietsje meer in al dat buitenland.
Bloggerdeblog

Het eerste zelfstandige bericht van deze blog

Wel bloggerdeblog nog aan toe. Het lijkt zowaar te lukken, een blog aanmaken. Op advies van fb-vrienden die een blog een minder efemeer verschijnsel vinden dan fb-berichten of die geen zin hebben om lange fb-berichten te lezen, zullen we dit medium eens proberen telkens de lust in geschreven woordjes ons overvalt. Een veredeld schriftje met opstellen. Met woorden spelen, die onvolmaakte en toch zo rijke containers voor al wat we denken en voelen en willen duidelijk maken. Altijd graag gedaan: schooltijdschrift, eerst tegen en nadien met de zin van de directie, faculteitsblad, weerom schooltijdschrift maar dan van achter de lessenaar, zelf geschreven cursussen, ...

Ik wilde dit doen onder de Latijnse versie van mijn familienaam Berger - Duits van komaf, uit Zweibrücken, en al te lang in verfranste versie doorgegeven: Montanus, bergbewoner. Niet holbewoner, al beschouw ik, met Plato, ons allen als grotbewoners. Bovendien hou ik van bergen - ze mogen er onmiddellijk eentje droppen in mijn achtertuin - en beschouw ik het leven als een te beklimmen berg, steeds hogerop, zoekend naar de top en onderweg zoveel mogelijk genietend en lerend van al die uitzichten, en ook: vaak wijzend naar al wat ik meen te ontwaren en er - moeilijk af te leren - steeds commentaar op gevend. Ik weet dat de vormgeving van de blog nog bijgeschaafd moet. Rome is ook niet op één dag gebouwd. Maar alle wegen lopen er wel naartoe.

Ik heb intussen de woordenschat wat opgeschoond, het taalregister een klikje hoger gezet. Het was bij momenten toch wat te informeel naar mijn zin. En het deed wat afbreuk aan het feit dat ik, ondanks de ironie die ik te samen met retorische overdrijving graag hanteer en moeilijk kan laten, een hoop dingen ernstig meen en neem. Maar het was ook niet de bedoeling een cursus of handboek te schrijven. Dus hoop ik dat u ermee kan leven.
Over vliegen en blijven, over spreken en zwijgen

bewerkt fb-bericht van 5 augustus 2016, nogmaals naar aanleiding van ongemanierde uitspraken

Verba volant sed scripta manent (gesproken woorden vliegen, geschreven zaken blijven), zo zei mijn eerste directeur altijd. En hij kon het weten want, gevoelsmens als hij was, sloeg hij regelmatig wat uit zijn botten dat beter niet te lang meeging in de geschiedenis der grote gedachten. De spreuk had hij trouwens niet zelf bedacht, maar omdat hij ze bij iedere toespraak herhaalde - bis repetita placent (herhaling als didactisch principe) -, was het wel een van de beste adviezen ooit die hij aan ons, toen piepjonge leerkrachten, meegegeven heeft. De brave man had er niet het minste benul van dat er ooit een tijd zou komen dat alles op papier moest staan om ook als echt gebeurd te gelden. Alsof alleen wat op papier staat echt is en niet gelogen kan zijn.

Terug naar die vluchtige versus blijvende woorden. Eigenlijk zouden beide geen probleem mogen zijn: een beschaafd mens let namelijk altijd op zijn woorden. Vooral als hij verontwaardigd is en, nog moeilijker, als hij persoonlijk grof bejegend wordt. Ik ga er vandaag een spreukendag van maken. Dus krijgt u nu een Arabisch gezegde: ‘Een belediging is een heel kort kleed. Het onthult degene die het aantrekt’. Stel het u nog wat plastischer voor de geest: het toont wat voor een drieletterwoord ge zijt.

Anderzijds weten moddergooiers maar al te goed dat hun systeem ook effect heeft. Om nu een zelf gefabriceerde spreuk te lanceren: ‘Als men u bekogelt met een drol, dan ruikt ge niet meer fris, ook als die drol niet van u is’. Afgezien van het feit dat met rioolmateriaal gooien maakt dat ge zelf niet fris gaat ruiken, stellen we vast dat verdachtmakingen en leugens werken. Spijtig genoeg. Vooral bij mensen die proberen proper door het leven te gaan. Bij moddergooiers zelf komt het niet zo aan op een vlek meer of minder. Die overleven dat heel behoorlijk.

‘Spreken is zilver, zwijgen is goud’ hing boven het bord toen ik in het eerste studiejaar zat. Wij maar zwijgen, maar niks goud op onze spaarboek hoor. Dit terzijde. Op tijd uw mond weten te houden lijkt mij in ieder geval een waardevolle les. Vooral omdat ik er zelf moeite mee heb. En niet zozeer om u zelf buiten schot te houden maar om geen domme dingen te zeggen, zeker niet als die kwetsen of ruzies doen escaleren ... Kortom, hoe u niet laten meeslepen in een moddergevecht? Dat is nog eens een onderwerp voor een zelfhulpboek.

Een probleem bij dit alles is dat wij nu net in spreken, palaveren, discussiëren, zeg maar in een woordenvloed de essentie van onze democratie hebben gelegd. De eerste benaming daarvoor (bij Herodotos) was trouwens, vertaald, iets als ‘gelijk spreekrecht’ (isègoria). Niet voor niets hadden de Spartanen, met hun laconische bondigheid, niet veel op met democratie en waren zij een archetypisch voorbeeld van hoe zelfs een kleine minderheid er met weinig woorden en veel geweld in slaagt een hele bevolking te onderdrukken. Eigenaardig genoeg hebben we vandaag veel bewondering voor de waardigheid die deze zwijgzame Spartanen leken uit te stralen. Zoiets als Winnetou, die alleen maar ‘ugh’ zegt als hij in de saloon racistisch bejegend wordt door zatte cowboys en bij de bediening achtergesteld wordt door de barkeeper. 

Teveel praten is wel degelijk een probleem. Zelfs als het ter zake is en zeker als er andere katten te geselen zijn. De Romeinen, nuchtere boeren en tegelijk voorouders van de praatgrage Italianen, wisten dat. Deliberante senatu, perit Saguntum. Terwijl de senaat overlegt, gaat Saguntum ten onder. Pas toen Saguntum daadwerkelijk door Hannibal veroverd was, viel hun sestertius. En toen bedachten ze die spreuk, geleerd door de harde les van de werkelijkheid.

Zedig zwijgen dan maar? Ik vrees dat precies dat u op een goede dag ook kwalijk genomen wordt. Niet alleen door salonhelden, lieden die achteraf, vanuit hun veilige zetel, vinden dat ge zo dapper moet zijn van altijd uw leven te riskeren als er nazi’s op ronde zijn. Maar bijvoorbeeld ook door lieden die gruwen van gematigdheid en die uw bewijs van goed burgerschap juist zoeken in uw quotum uitgescholden andersdenkenden of afgesneden kelen. 'Wie niet met ons is, is tegen ons'. 

Dat ondervond ook mijn vriend van gisteren, Sokrates, die in volle burgeroorlog niet had willen kiezen voor de democraten van zijn stad, verantwoordelijk als ze waren voor een oorlog van 30 jaar. Maar hij wilde evenmin de bevelen van hun tegenstanders, de oligarchen opvolgen, toen ze hem geboden een van de democraten te arresteren. Hij ging gewoon zwijgend naar huis. Iedereen boos op hem. Bij zijn proces zweeg hij echter niet en hield hij staande dat zijn vervelende commentaar op zijn geliefde stad een weldaad was voor zijn medeburgers en dat hij als straf daarvoor voor de rest van zijn leven gratis maaltijden in het stadsrestaurant verdiende. Net wat te grote mond en te veel ironie. Had hij hen naar de mond gepraat, dan hadden ze hem wel laten leven.

Ik geraak er dus zelf niet zo goed aan uit. Zwijgen of spreken? Misschien is nog de beste conclusie die van Prediker - en ik selecteer want niet alles wat hij noemt, klinkt in de context van vandaag even leuk:
Voor alles is er een uur ... onder de hemelen.
Een tijd van baren en een tijd van sterven; een tijd van afbraak en een tijd van opbouw. ...
Een tijd van afscheuren en een tijd van aannaaien, een tijd van zwijgen en een tijd van spreken.

En potverdomme, ik had eigenlijk met mijn auto naar de garage moeten gaan in plaats van mijn lust in geschreven woordjes te bevredigen.
Over te veel moeilijke woorden

bewerkt fb-bericht van 4 augustus 2016

Maar er is ook goed nieuws op deze aardkloot (een deftig woord, indertijd in de 17de eeuw, voor aardbol), dierbare medebolbewoners. Af en toe trek ik Leuvenwaarts, om mijn Alma Mater tegelijk met mijn dochter te samen met oude vrienden met een bezoek te vereren. Te voet en met de trein, groen als ik ben en te lui en te gierig om in Leuven een parkeerplaats te zoeken. Heerlijk uurtje lezen. Of suffen. 

Gisteren viel mijn oog op het treingazetje, Metro. En nu citeer ik letterlijk, zodat u zich ook kan verheugen in het aangekondigde goede nieuws:

Tadzjikistan gaat te moeilijk taalgebruik beboeten. Doesjanbe. De taalcommissie in de voormalige Sovjetrepubliek Tadzjikistan gaat boetes uitschrijven tot 100 dollar (90 euro) voor journalisten die te moeilijke woorden gebruiken. "Er zijn voorbeelden van journalisten die per dag tot tien woorden gebruiken die onbegrijpelijk zijn voor de regelmatige lezers, kijkers of luisteraars", zo zei Gavkhar Sharifzoda, het hoofd van de taalcommissie. "Op die manier doen ze de normen van de officiële taal geweld aan." "We moeten ons houden aan de regels voor het schrijven van teksten", aldus Sharifzoda. Journalisten riskeren geldboetes van 65 tot 90 euro, bedrijven 130 tot 180 euro.

Het doet me wat denken aan een collega Nederlands die haar leerlingen bestrafte als de lengte van hun zinnetjes de tien centimeter overschreed. Wat mij - een van de enige keren dat ik commentaar gegeven heb op een collega, maar het was om de kinderen te troosten, die zo graag lange Latijnse volzinnen wilden schrijven met Nederlandse woordjes - wat mij dus de opmerking ontlokte dat haar gedachten waarschijnlijk die lengte niet eens haalden.

In ieder geval, dit lijkt me weer een stap dichter bij een gemakkelijke wereld. Ooit was dit ondermaanse een tranendal - u ziet, nog vlug enkele moeilijke woordjes gebruiken voor het hier ook niet meer mag. Het paradijs ligt in het verschiet. Studenten kunnen alvast stoppen met woordjes te leren. Die staan trouwens toch allemaal in het woordenboek. Maar misschien worden ze daar ook wel verboden. En waar gaat dat ophouden? Want verbieden is een soort glijbaan, een hellend vlak, een elastiek: ge weet waar ge begint maar niet waar ge eindigt.

Ik begin te vermoeden dat de onderliggende bedoeling misschien is alle woordjes op de duur te verbannen. Dan kunnen we alleen nog 'beuh' zeggen en dan kan men tegenspreken niet meer van goedkeuren onderscheiden. En dan heeft iedereen altijd gelijk.
Over pispotten en gifbekers

bewerkt fb-bericht van 3 augustus 2016 naar aanleiding van onappetijtelijke commentaren op de sociale media bij het overlijden van een vijftienjarige maar tevens tegen andermans ongemanierdheid

Barbaren, viswijven, grote muilen, ongemanierde pummels ... ze zijn overal te vinden en doorheen de geschiedenis. Ze liepen al in de Ilias rond (Thersites) en in de antieke komedies. Vroeger bevolkten ze achterbuurten, markten, 'de goot' ... Vandaag schuilen ze ook op fb, waar ze gezicht en identiteit verstoppen achter stoere schuilnamen, met het bijkomend voordeel dat ze geen letterlijke mep op hun gevel riskeren van een gelijkgestemde. Ze zijn te vinden in alle gezindten en denominaties. Er zitten er zelfs in parlementen, en echt niet alleen hier te lande.

Aan het viswijvengescheld van de markt echter groot politiek belang toekennen en er juridische gevolgen aan vastknopen, lijkt mij, hoe degoutant men het ook mag vinden, verspilling van kostbare levensenergie. Het risico is namelijk groot dat ge met niets anders meer bezig gaat zijn. 

Daarom een korte anekdote over een oude, dode, blanke man. U weet wel, zo eentje waar ge tegenwoordig niets meer van moogt aannemen. Desalniettemin volgt hier de anekdote. Ernstige historici twijfelen wel aan de authenticiteit ervan maar anekdotes als deze dienen een ander doel dan historische waarheid: ze leren u een psychologische waarheid, een levensles.

Het gaat over mijn oude vriend Sokrates. Naar de traditie wil, kreeg hij regelmatig de wind van voren van zijn echtgenote Xantippe, berucht om haar scherpe tong. Toen hij op een dag het huis verliet (of ontvluchtte) om zich naar zijn 'dagtaak' te begeven - te weten filosoferen op de markt, mensen aanklampen om met hen een gesprek op te zetten over een of ander onderwerp -, toen goot ze toch wel zeker de inhoud van de nachtpot vanuit een raam over hem heen. Wat Sokrates alleen de reactie ontlokte 'dat hij de indruk had dat het zou gaan regenen vandaag'. 

Zijn vrienden vonden dat hij zo een behandeling niet hoefde te pikken, al dat gekijf en gescheld, vooral omdat echte Grieken van oordeel waren dat de man tenminste moest doen alsof hij thuis de baas was. In feite wisten ze allemaal van mekaar dat dat niet het geval was, maar zo werkt een eercultuur nu eenmaal: ge moet de juiste indruk wekken en volhouden en dan kunt ge de waarheid dapper negeren. Dit terzijde. 
'Dit is onwaardig, Sokrates. Waarom laat u dat gebeuren?' Hij liet zich er niet door opjagen.
'Ach goede vrienden, zo oefen ik me om het gescheld op de markt te verdragen.' 

U moet namelijk weten dat hij daar regelmatig het slachtoffer werd van verbaal misbruik en er zelfs lappen rond zijn oren kreeg, met getrek aan zijn al schaarse haren erbij. Omdat hij het niet kon laten dingen te zeggen die zijn 'gesprekspartners' niet welgevallig waren, dingen die hun comfortabele levensbeeldje en vaste ideeën over hoe het moest verstoorden. En vooral dan, weet u, wordt er serieus op los gescholden. Zoals op fb maar zeker niet alleen daar.

Hoe het met mijn goede vriend is afgelopen, weet u wel: hij eindigde in de gevangenis met een gifbeker, veroordeeld omdat hij de politiek correcte ideeën van zijn tijd teveel in twijfel had getrokken. Maar hij dronk de beker onverstoorbaar en welgezind uit. 

Over zoiets, het monddood maken van tegensprekers, zou ik me toch een ietsepietsje meer zorgen maken dan over het gebrek aan elementair fatsoen van de viswijven onder ons. Die laatste kunt ge negeren, de gifbeker niet. Of anders gezegd: een pispot is nog geen gifbeker.
Als de meerderheid besluit de minderheid op te eten, is dat dan democratie? - bewerkt fb-bericht van 27 juli 2016

Wij leven in een democratische rechtsstaat. Dat is per definitie niet een systeem waar de meerderheid gewoon beslist wat er gebeurt met de minderheden maar waar de volle rechten van minderheden beschermd zijn, wettelijk en in de praktijk. Het is geen dictatuur van een meerderheid maar een systeem waar ook een oppositie recht van bestaan heeft. Het is een systeem dat vele meningen naast mekaar laat bestaan en daarmee kan leven zonder erdoor verontrust te worden - al is dat laatste vlugger gezegd dan gedaan, gezien de menselijke neiging te denken dat men het zelf allemaal beter weet. 

Dat dit een goed, zij het niet volmaakt, systeem is, wordt bewezen door het succes ervan: hoge welstand, sociale zekerheden, goede scholing, gezondheidszorg, langdurige vrede ... en vooral: de grote aantrekkingskracht ervan, het zichtbare feit dat iedereen hier wil komen meegenieten. Begrijpelijk, zeker voor wie in systemen leeft waar die vrijheid met al haar bijproducten niet of niet in die mate bestaat. 

Er is echter een schaduwzijde aan zo'n open systeem: dat kan maar open zijn zolang niemand het weer dicht wil timmeren. Vijanden van de democratische rechtsstaat zijn niet degenen die meningen verkondigen die u minder gevallig zijn maar degenen die anderen die vrijheid willen ontzeggen. Een democratische rechtsstaat overleeft alle gezindheden en meningen. Met één uitzondering: ze kan zich niet open stellen voor wie de democratische rechtsstaat wil afschaffen. Het is zoals vuur zich niet kan open stellen voor water. 

Dus zijn er twee mogelijkheden: de democratische rechtsstaat biedt de vrijheid aan al haar burgers maar dus zeker aan degenen die een totalitair regime verkiezen waar maar één mening mag gelden, om te verhuizen naar zo'n totalitair regime. Keuze genoeg, met het voordeel dat daar doorgaans meningen overheersen die u minder verontrusten. De andere mogelijkheid om water en vuur te verzoenen is het water in te dijken in een niet doorlaatbare pot, zodat het op de duur verdampt of voor wat nuttigs kan gebruikt worden als een stoommachine of om patatjes te koken. Al weet ik niet hoe ik deze metafoor in realiteit zou moeten omzetten.

De verkozenen in een democratische rechtsstaat hebben de absolute plicht op het overleven van dit goede systeem toe te zien. In de kerk mocht niet gevloekt worden, versta: de naam van God gebruiken om dingen te willen die God niet wil. Idem in de democratische rechtsstaat: wie haar wil gebruiken om ze af te schaffen wordt de toegang ontzegd of die gaat in quarantaine. Een open systeem heeft wel degelijk een deur nodig die op tijd en stond op slot kan. Ik ben er zelf nog niet uit hoe dat concreet allemaal moet. Maar ik ben er wel zeker van dat ge niet kunt open zijn als uw openheid op grote schaal misbruikt wordt.
Over Moezelwijn, mottige Belgische gewoonten en Waalse werken - bewerkt fb-bericht van 25 juli 2016

Zo, terug van een weekje Moezel zonder internet. Internet niet gemist en dat zal wel wederzijds zijn. Mooi mooi mooi, evenwel niet in het Thais - ik heb me laten vertellen dat mooimooi of iets dergelijks aldaar 'schaamhaar' betekent. Gemoselsteigt, gebergwanderd, geweinprüft - ik weet het, Duits met haar op.

Rare jongens hoor die Moselaars: ze hebben daar wijn die Blootgat (Nacktarsch) heet en de weinig pedagogisch verantwoorde afbeelding vertoont van een volwassene die een kind op zijn blote derrière timmert. Het volgende dorp noemt z'n wijn dan Hartje. Of Zwarte Kat. En dan verwonderd zijn dat de ronkende Franse namen internationaal meer indruk maken terwijl die Duitse wijnen perfect verzorgd zijn. En ja, voer het Duitse systeem om statiegeld te vragen op plastic flessen hier ook maar gauw in. Het is netjes en het werkt. 

Bij terugkeer in ons dierbare vaderland, via de rechterkant onderaan, me verbaasd hoe wij erin slagen om het uitzicht op onze wegen te verknoeien met mottige - ik vind geen beter woord - reclameborden, van overheid en particulieren - en dat van zodra we de grens 50 meter over waren - en met overmatig kwekende verkeersborden. 

En nee, ik was er niet over verbaasd dat de eeuwigdurende wegenwerken ter hoogte van Luik nog altijd in uitvoering zijn, zelfs al waren er deze keer drie man effectief actief over die - hoever zal het zijn, enkele kilometers? Ik denk dat ze daar bang zijn compleet zonder werk te vallen eens de E40 gerepareerd is. De grens met Vlaanderen kon ook niet duidelijker: opeens een wegdek zonder gaten en pleisters. Maar wel nog mottige reclame en veel te veel verkeersborden.
Over de bijdrage van computerspellen aan de wereldvrede - bewerkt fb-bericht van 17 juli 2016

Mijn verjaardag dit jaar was omringd door spijtige en spannende gebeurtenissen: de gelukte aanslag in Nice en de mislukte staatsgreep in Turkije. Een verjaardag die me zal heugen. Niet dat ik veel belang hecht aan verjaren: zo'n dag voltrekt zichzelf, zonder dat ik een vinger moet uitsteken, ik voel niks bijzonders, zelfs geen treurnis om de vergleden jaren. Ik zit er ook niet zo mee dat ik binnen afzienbare tijd mijn schup mag afkuisen op deze wereld. Ge weet nooit wanneer uw uur geslagen heeft. En dus zal ik maar op tijd voor de dag komen met de luttele goede raad die ik meen te kunnen geven. Niet dat ik verwacht dat de eigenlijke bestemmelingen zullen luisteren.

Ziehier een advies, dat ik bij gelegenheid ook aan leerlingen gaf die duidelijk kenmerken van leiderschap vertoonden. Wanneer ge u geroepen voelt om de wereld te veroveren, uw medeburgers af te tuigen, te vervolgen, te ambeteren tout court, haal dan vlug een computerspel in huis, type Rome Total War. Of eventueel Civilisation, al is die naam wat bedrieglijk, want ge kunt er behoorlijk de onbeschaafde plurk mee uithangen. 

Laat de hele wereld naar uw pijpen dansen, het geloof van uw keuze belijden, belastingen naar uw behoeften afdokken, onderdruk hun opstanden wraakzuchtig bloedig of grootmoedig vergevensgezind. En voel u de baas van de wereld. Het werkt hoor, zo'n virtueel surrogaat. Het gevoel is hetzelfde. Het heeft ook praktische voordelen: ge moet die neiging dan niet in het echt uitproberen. Want daar is dat niet zo goedkoop en risicoloos. Bovendien is het in het echt toch niet zo leuk, vooral voor uw buren of medeburgers ... en zo goed als altijd, op wat langere termijn nadat ge de kans gehad hebt veel miserie op uw geweten te laden, voor uzelf, want ten val komen doet ge doorgaans toch. Bij de computer kunt ge het spelniveau op easy en zelfs heel easy instellen. En dan wint ge altijd zonder risico op een pak rammel van gelijkgestemden.

Voor wie het nog niet begrepen heeft uit het voorgaande: ik geloof dus niet in de mare dat mensen agressief worden door computerspellen te spelen. Ten eerste, zolang ze dat doen, zitten ze braaf binnen. Ten tweede: dit surrogaat werkt volgens het principe van het psychodrama. Ge kunt uw frustraties in uw fantasie uitleven en leren begrijpen. Ten derde:als ge dat gaat verbieden wegens de kans dat jongeren er inspiratie vinden tot geweld, verbied dan ook een pak religieuze boeken, evenals de ideologie van het communisme (dat het grootste aantal doden ooit op z'n geweten heeft) en die van de democratie. Want die laatste voert veel meer oorlogen - kijk de cijfers maar na - dan andere politieke stelsels.

Met dank aan mijn oudste, die toen hij zo'n jaar of drie was papa, in een uitstekend vader-zoon-gesprek, klaar en duidelijk liet weten dat hij van plan was 'baas van de wereld te worden'. Sindsdien snap ik veel meer van geschiedenis: die wordt gemaakt door kinderen die in hun volwassen lijf dit verlangen naar almacht nog niet ontgroeid zijn.

En wees nu maar blij dat ik regelmatig de virtuele tiran uithang, want anders hè, dan was het nog minder plezant in ons aller paradijs.
Over schooluren, Homerische adjectieven en toveren - drie bewerkte fb-berichten van 4 juli 2016

Ziehier een allegaartje naar aanleiding van drie persberichten. Het eerste (hier) stelde dat schooluren vrouw- en kindonvriendelijk zijn. 'Schooluren zijn een weerspiegeling van de patriarchale maatschappij'. Wel, van zoveel newspeak, daar zakt mijn broek van af, zou ik zeggen, ware het niet dat ik lekker patriarchaal in de zetel zit. Met mijn voeten omhoog. 

Ik zou begot niet weten wat er patriarchaal is aan uren. In de patriarchale tijd gingen de kinderen trouwens zelf naar school, op eigen pootjes, kilometers ver. Geen moeke dat hen bracht met de vier x vier en recht op de oversteekplaats afzette, terwijl de ronkende motor - want de kindjes mogen geen kou krijgen en moeke, in haar frisse outfit, al helemaal niet - de omgeving voor alle kindjes die te voet zijn vergiftigt.

'Het concept school moet veranderen'. Zal ik u eens iets zeggen over het concept school, iets dat ge zeker nog niet weet. Het Griekse woord school betekent hetzelfde als het Latijnse vakantie, namelijk vrije tijd. De tijd namelijk die voor u vrij gehouden wordt door mensen die in uw plaats gaan werken, zodat gij u volledig kunt wijden aan uw toekomst. Het alternatief voor school is niet vakantie maar gaan werken voor de kost, van kindsbeen af. Zoals tienjarige prostituees in Oost-Azië, of kindsoldaten in Afrika, of papierrapertjes in India. Tot zover over het concept school, dat gezien die reële realiteit nog lang niet aan wijziging toe is. 

Bovendien is het ook raadzaam te beseffen dat school dient voor de kinderen, en niet voor het oplossen van de politiek op dat moment geldende maatschappelijke problemen. Dat laatste vraagt ge ook niet aan ziekenhuizen, de horecasector, de sport- en festivalwereld. Om er maar enkele te noemen die ook wel eens hun steentje zouden mogen bijdragen aan ‘de grote gewenste omwenteling’ van al wat mis gaat met deze wereld.

De bedoeling van deze weldenkende denktank is blijkbaar de schooluren langer te maken. 'Dit alles mag natuurlijk niet ten koste gaan van de leerkrachten'. Hoe vaak ik dat de laatste veertig jaar al niet gehoord heb, ik zou het niet meer weten. Maar het was iedere keer de inleiding op meer werk. Tot zover artikel één.

Nu twee (hier): Eugene met de smalle garage overleden. Eugene met de smalle garage. Mijn klassieke bril roept me nu Homeros zijn meisjes met de lange vlechten, sleepvoetende runderen en rozenvingerige dageraad voor de geest. Leve de terugkeer van het epitheton ornans, roep ik dan. Ik zie het zo al voor me, in de gazet: de sleepvoetende Rode Duivels, de langvingerige socialisten, de politiek correcten met de lange tenen ... Niet één keer maar iedere keer als ge het onderwerp vernoemt, ah ja, want anders is het geen epitheton ornans meer. Of stel u voor dat Martine Tanghe iets zegt als: godgelijke (politicus naar believen in te vullen) stond op te midden der mannen en sprak een gevleugeld woord. Toch het overwegen waard, niet waar? Vooral omdat het nieuws dan weer de moeite wordt.

Tot slot artikel drie (hier) dat het blijkbaar normaal vindt dat ge een reis boekt in de periode van herexamens. Lang, lang geleden, in een tijd dat de dieren nog met twee woorden spraken, bestond er - oude mensen herinneren zich dat - de goede gewoonte tijdens het schooljaar voldoende te studeren en eventuele herexamens voor noodgevallen in te calculeren in het wel overwogen studieplan. Maar sinds Harry Potter ook met zijn toverstafje zwaait in het onderwijs, zijn die stoute heksen van herexamens in het middelbare onderwijs afgevoerd en mogen de grote tovenaars van de raad van state beslissen of het sprookje voor de kindjes eindigt op een varkentje met een lange snuit dan wel in een of ander ver, exotisch sprookjesland met hun droomprins of -prinses. Ik hou van sprookjes. Maar niet van dat van de ononderbroken onderwijsmisvormingen. Dit enkel voor wie dat nog niet wist.